Betekenis van:
afwachten

afwachten
Werkwoord
  • wachten tot iets gebeurt; afwachten, verwachten
"iemands komst afwachten"
"we moeten maar afwachten"

Synoniemen

Hyperoniemen

afwachten
Werkwoord
  • wachten op wat er gaat gebeuren
"Zij zullen de uitslag moeten afwachten."

Voorbeeldzinnen

  1. De lidstaat kan zonder afwachten de in bijlage IX bedoelde alternatieve bepalingen toepassen.
  2. Bijgevolg zouden de zenders de komst van andere exploitanten kunnen afwachten, vooraleer naar het digitale platform over te schakelen.
  3. Aangezien de Franse autoriteiten hadden aangegeven dat zij de goedkeuring van de Commissie zouden afwachten om deze steunregeling voor bedrijven van de visserij- en de aquacultuursector open te stellen, is de Commissie van mening dat de steunregeling nog niet van toepassing is en dat zij dus wel degelijk aan de richtsnoeren moet worden getoetst.
  4. In zijn reactie op de BdB-opmerkingen wees Duitsland erop dat bij een deelneming in het aandelenkapitaal van een naamloze vennootschap noch dividend noch een koers- dan wel waardestijging gegarandeerd was en dat de investeerder uiteraard het risico droeg en maar moest afwachten of zijn rendementsverwachting uit zou komen.