Betekenis van:
afwachten
afwachten
Werkwoord
- wachten tot iets gebeurt; afwachten, verwachten
"iemands komst afwachten"
"we moeten maar afwachten"
Synoniemen
Hyperoniemen
afwachten
Werkwoord
- wachten op wat er gaat gebeuren
"Zij zullen de uitslag moeten afwachten."
Voorbeeldzinnen
- De lidstaat kan zonder afwachten de in bijlage IX bedoelde alternatieve bepalingen toepassen.
- Bijgevolg zouden de zenders de komst van andere exploitanten kunnen afwachten, vooraleer naar het digitale platform over te schakelen.
- Aangezien de Franse autoriteiten hadden aangegeven dat zij de goedkeuring van de Commissie zouden afwachten om deze steunregeling voor bedrijven van de visserij- en de aquacultuursector open te stellen, is de Commissie van mening dat de steunregeling nog niet van toepassing is en dat zij dus wel degelijk aan de richtsnoeren moet worden getoetst.
- In zijn reactie op de BdB-opmerkingen wees Duitsland erop dat bij een deelneming in het aandelenkapitaal van een naamloze vennootschap noch dividend noch een koers- dan wel waardestijging gegarandeerd was en dat de investeerder uiteraard het risico droeg en maar moest afwachten of zijn rendementsverwachting uit zou komen.