Betekenis van:
afwezige

afwezige (de ~ | meervoud afwezigen)
Zelfstandig naamwoord
  • niet aanwezige
"de opvallendste afwezige was de prijswinnaar zelf"
"de grote afwezige"

Hyperoniemen

afwezige
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die tegen de verwachting in iets niet bijwoont
"Tengevolge van de griep waren er veel afwezigen."