Betekenis van:
afwisselen

Werkwoord

afwisselen
twee of meer zaken om en om laten plaatsvinden
"We kunnen ook de vokale en instrumentale stukken afwisselen."
afwisselen
om en om plaatsvinden
"Zonnige perioden wisselden af met lichte buien."
afwisselen
circuleren

Synoniemen

Hyperoniemen