Betekenis van:
angel

angel (de ~ | meervoud angels)
Zelfstandig naamwoord
  • het orgaan waarmee wespen, bijen enz. steken
"de angel ergens uit halen"

Synoniemen

Hyperoniemen

angel
Zelfstandig naamwoord
  • het orgaan waarmee wespen, bijen en soortgelijke dieren steken
"De angel van de bij blijft in de steekwond achter."
angel
Zelfstandig naamwoord
  • een vishaak
"Gooi de angel even uit."
angel
Zelfstandig naamwoord
  • scherpe haak aan een hengelsnoer of een vislijn

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. „Angel Stoyanov” 6
  2. Русенски университет „Ангел Кънчев” (Ruse Universiteit „Angel Kanchev”)