Betekenis van:
anti

anti
Bijwoord
  • tegen
anti
Zelfstandig naamwoord
  • de tegenstander.
anti
Zelfstandig naamwoord
  • persoon die iem. anders of iets bestrijdt

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Mijn anti-virus heeft een virus doorgelaten.
  2. Anti-absorptieonderzoek
  3. Anti-epileptica
  4. anti-hiv bevestigingstest
  5. anti-hiv1/2
  6. anti-HTLV-I/II
  7. Screeningstests: anti-hiv-1 en -2, anti-HTLV-I en -II, anti-HCV, HBsAg, anti-HBc
  8. HDV-merkers: anti-HDV, anti-HDV IgM, delta-antigeen
  9. Anti-inflammatoire middelen/Niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen
  10. anti-isomeer: 683777-14-2
  11. Niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen
  12. Niet-steroïdale anti-inflammatoire stoffen
  13. Alleen voor gebruik voor anti-kleefcoatings
  14. monoklonale, polyklonale of anti-idiotypische antistoffen;
  15. Bedrag van de vastgestelde compenserende en anti-dumpingrechten …