Betekenis van:
anti
anti
Bijwoord
- tegen
anti
Zelfstandig naamwoord
- de tegenstander.
anti
Zelfstandig naamwoord
- persoon die iem. anders of iets bestrijdt
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Mijn anti-virus heeft een virus doorgelaten.
- Anti-absorptieonderzoek
- Anti-epileptica
- anti-hiv bevestigingstest
- anti-hiv1/2
- anti-HTLV-I/II
- Screeningstests: anti-hiv-1 en -2, anti-HTLV-I en -II, anti-HCV, HBsAg, anti-HBc
- HDV-merkers: anti-HDV, anti-HDV IgM, delta-antigeen
- Anti-inflammatoire middelen/Niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen
- anti-isomeer: 683777-14-2
- Niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen
- Niet-steroïdale anti-inflammatoire stoffen
- Alleen voor gebruik voor anti-kleefcoatings
- monoklonale, polyklonale of anti-idiotypische antistoffen;
- Bedrag van de vastgestelde compenserende en anti-dumpingrechten …