Betekenis van:
appendix

appendix (de/het ~ | meervoud appendices)
Zelfstandig naamwoord
  • blindedarm
"een appendix verwijderen/weghalen/'eruit halen'"

Hyperoniemen

appendix
Zelfstandig naamwoord
  • iets wat ergens aan hangt, aanhangsel
"Bij klassieke standbeelden zijn de vele fijne appendices vaak afgebroken."
appendix
Zelfstandig naamwoord
  • wormvormig aanhangsel van de blindedarm
"Een blindedarm wordt ook wel oneigenlijk appendix genoemd."
appendix
Zelfstandig naamwoord
  • driehoekig uitgroeisel aan de lip van orchideeën van het geslacht spiegelorchis (''Ophrys'')
"Waarschijnsel speelt de appendix een rol bij het aantrekken van bestuivers."
appendix
Zelfstandig naamwoord
  • bijlage, document dat aan een ander schriftstuk toevoegd wordt (bv. een rekening)
"Ik heb verscheidene facturen als appendix bij mijn belastingaangifte gevoegd."
appendix
Zelfstandig naamwoord
  • aanvullende informatie die achteraan een document toegevoegd wordt
"Dit artikel heeft drie appendices."
appendix (de/het ~ | meervoud appendices)
Zelfstandig naamwoord
  • bijvoegsel bij een boek, een document, traktaat enz.
"in de appendix [staan]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen