Betekenis van:
bakker

bakker (de ~ | meervoud bakkers)
Zelfstandig naamwoord
  • iem. die als beroep brood, koek enz. bakt en verkoopt
"een warme bakker"
"voor de bakker komen"

Hyperoniemen

bakker
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die brood en taarten bakt om ze te verkopen
bakker
Zelfstandig naamwoord
  • plaats waar gebakken wordt

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Ik ben een bakker.
  2. Ik heb een brood gekocht bij de bakker.
  3. bakker („Bäcker”);