Betekenis van:
bakker
bakker (de ~ | meervoud bakkers)
Zelfstandig naamwoord
- iem. die als beroep brood, koek enz. bakt en verkoopt
"een warme bakker"
"voor de bakker komen"
Hyperoniemen
bakker
Zelfstandig naamwoord
- iemand die brood en taarten bakt om ze te verkopen
Voorbeeldzinnen
- Ik ben een bakker.
- Ik heb een brood gekocht bij de bakker.
- bakker („Bäcker”);