Betekenis van:
bakkerij
bakkerij (de ~ | meervoud bakkerijen)
Zelfstandig naamwoord
- plaats waar gebakken wordt
"in de bakkerij (werken)"
Synoniemen
Hyperoniemen
bakkerij
Zelfstandig naamwoord
- een werkplaats waar men brood, koek, banket en dergelijke, bakt in een oven
"Ik moet nog even naar de bakkerij."
Voorbeeldzinnen
- Excuseer. Waar is de bakkerij?
- De bakkerij is om de hoek.
- Het meisje dat in de bakkerij werkt is knap.
- Het meisje dat in de bakkerij werkt, is lief.
- Tunnelovens voor de bakkerij
- Bemonsteringsplaats plaats waar het monster is genomen, bv. supermarkt, snackbar, bakkerij, fastfoodketen, enz.