Betekenis van:
bakkerij

bakkerij (de ~ | meervoud bakkerijen)
Zelfstandig naamwoord
  • plaats waar gebakken wordt
"in de bakkerij (werken)"

Synoniemen

Hyperoniemen

bakkerij
Zelfstandig naamwoord
  • een werkplaats waar men brood, koek, banket en dergelijke, bakt in een oven
"Ik moet nog even naar de bakkerij."

Voorbeeldzinnen

  1. Excuseer. Waar is de bakkerij?
  2. De bakkerij is om de hoek.
  3. Het meisje dat in de bakkerij werkt is knap.
  4. Het meisje dat in de bakkerij werkt, is lief.
  5. Tunnelovens voor de bakkerij
  6. Bemonsteringsplaats plaats waar het monster is genomen, bv. supermarkt, snackbar, bakkerij, fastfoodketen, enz.