Betekenis van:
beeldscherm
beeldscherm
Zelfstandig naamwoord
- een scherm waarop een beeld geprojecteerd wordt
"Het beeldscherm waar u nu naar kijkt wordt aangestuurd door uw computer of andere informatiedrager."
Voorbeeldzinnen
- Beeldscherm
- een beeldscherm;
- Slaapstand beeldscherm
- spellen met beeldscherm
- Kwikgehalte van het beeldscherm
- Tv-toestellen voor kleurenweergave, met beeldscherm
- andere, met een diagonaal van het beeldscherm
- geen ingebouwd beeldscherm voor "directe beeldvorming"; en
- De uitdrukking „plat beeldscherm” omvat geen kathodestraalbuistechnologie.
- een centrale verwerkingseenheid met toetsenbord, muis en beeldscherm (pc),
- waarvan de verhouding breedte/hoogte van het beeldscherm kleiner is dan 1,5 en met een diagonaal van het beeldscherm
- Kathodestraalbuis voor het weergeven van beelden in kleur, voorzien van een sleuvenmasker, een elektronenkanon en een afbuigjuk en met een breedte/hoogteverhouding van het beeldscherm van 4/3 en een diagonaal van het beeldscherm van 33,5 cm (± 1,6 mm) [1]
- Kathodestraalbuis voor het weergeven van beelden in kleur, voorzien van een sleuvenmasker, een elektronenkanon en een afbuigjuk en met een breedte/hoogteverhouding van het beeldscherm van 4/3 en een diagonaal van het beeldscherm van niet meer dan 42 cm
- De luminantie (E) van het beeldscherm, gemeten in uit-stand/stand-by-vermogen, mag hoogstens 1,0 lx bedragen.
- Geïntegreerde desktopcomputer een desktopsysteem waarbij computer en beeldscherm één eenheid vormen, met één kabel voor de netvoeding.