Betekenis van:
beet
beet (de ~ | meervoud beten)
Zelfstandig naamwoord
- wondje door beet
"je moet de beet in schoon water wassen"
"een beet in [een arm]"
Hyperoniemen
Hyponiemen
beet
Zelfstandig naamwoord
- een samenklemming tussen de kaken
"De beet van een dolle hond is een ernstige zaak."
beet
Zelfstandig naamwoord
- een steek door de monddelen van een kaakloos wezen, zoals een insect
"De huilende baby zat onder de beten, want er was een mug in de kamer."
beet
Zelfstandig naamwoord
- / biet
beet
Zelfstandig naamwoord
- knol; de wortelknol van bietenplant
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
beet
Bijwoord
- te pakken, vast
"beethouden: Hij hield haar stevig beet."
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Rode biet, inclusief Cheltenham beet
- Beta vulgaris — rode biet, inclusief Cheltenham beet, snijbiet
- Daarom kan Litouwen niet langer als beschermd gebied ten aanzien van het „beet necrotic yellow vein virus” worden erkend.
- Litouwen heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat het „beet necrotic yellow vein virus” nu in dat land is geconstateerd.
- Litouwen heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat het „beet necrotic yellow vein virus” op zijn grondgebied is geconstateerd.