Betekenis van:
bijten

bijten
Werkwoord
  • door chemische inwerking doen ontstaan
"(met een zuur) gaatjes in een plaat bijten"

Hyperoniemen

bijten
Werkwoord
  • iets afsnijden of afscheuren door tanden tegen elkaar te duwen
"De hond beet de arrestant in de benen."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Zeg haar dat ge haar graag ziet. Heb geen schrik. Ze zal u niet bijten.
  2. Mogelijkheid om een klein onderdeel van het product af te bijten
  3. Mag niet worden gebruikt voor voorwerpen waarin kinderen kunnen bijten of waaraan kinderen kunnen zuigen.”.
  4. door contact: rechtstreeks contact met een geïnfecteerde persoon (fecaal-oraal, via ademhalingsdruppeltjes, via de huid of seksuele blootstelling) of een geïnfecteerd dier (bv. door bijten of aanraking) of indirect contact met geïnfecteerde materialen of voorwerpen (geïnfecteerde fomites, lichaamsvloeistoffen, bloed);
  5. Om het risico op verstikking te reduceren, mag vulmateriaal dat verstikkingsgevaar oplevert, niet bereikbaar worden door de kracht die een kind kan uitoefenen, in het bijzonder door te bijten.