Betekenis van:
beleefd

beleefd
Bijvoeglijk naamwoord
  • de goede omgangsvormen in acht nemend, daarmee in overeenstemming
"beleefd antwoorden/groeten"
"iemand iets beleefd verzoeken"

Synoniemen

beleefd
Bijvoeglijk naamwoord
  • van goede omgangsvormen getuigend
"Zijn weigering was beleefd maar ook beslist."
beleefd
Bijwoord
  • op beleefde wijze
"Hij groette beleefd."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Wees alsjeblieft beleefd.
  2. Wees beleefd tegen je ouders.
  3. Japanners zijn in het algemeen beleefd.
  4. Het was beleefd van hem om zijn plek aan de oude man te geven.
  5. Gisteren heb ik je zoon ontmoet en hij heeft me beleefd gegroet.
  6. Het ligt misschien niet in je aard, maar je zou tenminste een beetje beleefd kunnen zijn.
  7. aanvragers beleefd bejegenen;