Betekenis van:
bescheiden

bescheiden (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • documenten; antwoord
"heb je je bescheiden bij je?, want die heb je nodig"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bescheiden
Werkwoord
  • over iemand beslissen, iets bepalen
"Niemand weet wat God over hem bescheiden heeft."
bescheiden
Bijvoeglijk naamwoord
  • geen te hoge verwachtingen van zichzelf hebbend
"Hij is een zeer bescheiden jongen, maar hij heeft veel talent."
bescheiden
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet de indruk makend te hoge verwachtingen van zichzelf te hebben
"Hij stelde zich bescheiden op."
bescheiden
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet groots of talrijk
"Met bescheiden hulpmiddelen trok hij het oerwoud in."
bescheiden
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet opdringerig
"Naar mijn bescheiden mening is dat niet waar."
bescheiden
Bijvoeglijk naamwoord
  • geen te hoge gedachten van zichzelf hebbend, niet aanmatigend
"een bescheiden optrekje"
"een bescheiden inkomen/portie"

Synoniemen

bescheiden
Bijvoeglijk naamwoord
  • de goede omgangsvormen in acht nemend, daarmee in overeenstemming
"bescheiden blijven"
"een bescheiden jongeman"

Synoniemen