Betekenis van:
eenvoudig
eenvoudig
Bijvoeglijk naamwoord
- niet ingewikkeld
"De oefeningen die je moet maken zijn eenvoudig."
eenvoudig
Bijvoeglijk naamwoord
- zonder overdaad of vertoon
"Hij draagt een eenvoudige uitrusting."
eenvoudig
Bijvoeglijk naamwoord
- geen te hoge gedachten van zichzelf hebbend, niet aanmatigend
"de eenvoudigen van geest"
"eenvoudige mensen"
Synoniemen
eenvoudig
Bijvoeglijk naamwoord
- niet samengesteld, niet ingewikkeld
"dat is eenvoudig onzin/gekkenwerk"
"een eenvoudig vraagstuk/apparaatje"
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Hij leefde een eenvoudig leven.
- De tweede les is zeer eenvoudig.
- De syntaxis van Python scripts is erg eenvoudig.
- Ik kan haar dat nu niet zeggen. Dat is niet zo eenvoudig meer.
- eenvoudig stutten,
- het aanscherpen, eenvoudig vermalen of eenvoudig versnijden;
- Eenvoudig toegankelijke informatie
- Vanuit de evacuatieruimten moeten de reddingsmiddelen eenvoudig toegankelijk zijn.”,
- het eenvoudig mengen van producten, ook van verschillende soorten;
- Administratieve samenwerking in de EU is niet eenvoudig.
- De toepassing van de regeling dient zo eenvoudig en zo doeltreffend mogelijk te zijn.
- Deze belangrijke algemene doelstelling kan eenvoudig worden geformuleerd als „berokken geen schade”.
- De omzetting van zuivere biodiesel (B100) in een gemengd product (B99) is een eenvoudig proces.
- De waarnemingen dienen eenvoudig en makkelijk uitvoerbaar te zijn, en uitsluitend betrekking te hebben op:
- Om tot een geharmoniseerd, eenvoudig systeem te komen moeten alle registraties bij het Agentschap worden ingediend.