Betekenis van:
stukken

stukken
Zelfstandig naamwoord
  • documenten; antwoord

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stuk (het ~ | meervoud stukken)
Zelfstandig naamwoord
  • groot vuurwapen op onderstel; kanon

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stuk (het ~ | meervoud stukken)
Zelfstandig naamwoord
  • geheel van bewoordingen waarin een geschrift, een toespraak enz. is vervat
"een stuk(je) schrijven/publiceren"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stuk (het ~ | meervoud stukken)
Zelfstandig naamwoord
  • verhaal dat bestemd is om uitgebeeld te worden
"een stuk van [Pinter]"
"een stuk opvoeren/spelen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stuk (het ~ | meervoud stukken)
Zelfstandig naamwoord
  • lichamelijk aantrekkelijke man of vrouw
"een lekker stuk"

Synoniemen

Hyperoniemen

stuk (het ~ | meervoud stukken)
Zelfstandig naamwoord
  • attribuut bij het schaken; schaakstuk
"de stukken staan op het bord al klaar, laten we beginnen met het spel"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stuk (het ~ | meervoud stukken)
Zelfstandig naamwoord
  • schriftelijk bewijs van aandeel in het kapitaal van een onderneming

Synoniemen

Hyperoniemen

stuk (het ~ | meervoud stukken)
Zelfstandig naamwoord
  • document
"de stukken doornemen"
"een officieel stuk"

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Het glas was in stukken gebroken.
  2. Ze verdeelde de taart in vijf stukken.
  3. Mijn moeder verdeelde de taart in acht stukken.
  4. Ze verzamelde de stukken van het gebroken bord.
  5. Stukken ivoor
  6. Stukken been
  7. Eerste stukken
  8. Stukken hoorn
  9. Onbewerkte stukken been
  10. Gebruik van stukken eikenhout
  11. VOORGELEGDE STUKKEN/CERTIFICATEN
  12. Over te leggen stukken
  13. Stukken voor de tenuitvoerlegging
  14. Aard van de stukken:
  15. CODES VOORGELEGDE STUKKEN/CERTIFICATEN