Betekenis van:
koning

koning (de ~ | meervoud koningen)
Zelfstandig naamwoord
  • heerser over een land; titel v.d. vorst(in)
"de klant is koning"
"koning voetbal"

Synoniemen

Hyperoniemen

koning (de ~ | meervoud koningen)
Zelfstandig naamwoord
  • bepaalde speelkaart; koning in het kaartspel
"de koning spelen"

Synoniemen

Hyperoniemen

koning (de ~ | meervoud koningen)
Zelfstandig naamwoord
  • bepaald schaakstuk
"koning!"

Hyperoniemen

koning
Zelfstandig naamwoord
  • De Hokjespeul oftewel Astragalus membranaceus komt oorspronkelijk uit China en is onderdeel van een groep van ongeveer 2000 soorten kruiden en kleine struiken, die tot de Fabaceae peulvruchten horen. Het is een traditioneel Chinees medicijn, ook wel bekend als "huang-qi".

Synoniemen

koning
Zelfstandig naamwoord
  • het mannelijk hoofd van een koninkrijk
koning
Zelfstandig naamwoord
  • een speelkaart waarvan de waarde meestal tussen die van de vrouw en de aas ligt
koning
Zelfstandig naamwoord
  • het stuk dat, wanneer het verslagen wordt, tot direct verlies leidt