Betekenis van:
werk

werk (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het werken, het verrichten van een taak
"aangenomen werk"
"lang werk hebben"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

werk (het ~ | meervoud werken)
Zelfstandig naamwoord
  • mechanisme, bewegend deel van een toestel
"het werk van een horloge"

Synoniemen

Hyperoniemen

werk
Zelfstandig naamwoord
  • dat wat gedaan moet worden, klus, arbeid
"Het werk dat moest gebeuren, is voltooid."
werk
Zelfstandig naamwoord
  • beroep
"Het werk van Hans is buschauffeur."
werk
Zelfstandig naamwoord
  • de plek waar men werkt, werkplek
"Hans kwam vandaag te laat aan op het werk."
werk
Zelfstandig naamwoord
  • dat wat gemaakt is, kunstwerk
"Het werk van Magritte zal op de veiling verkocht worden."
werk
Zelfstandig naamwoord
  • de werken van een schrijver; al het werk v.e. kunstenaar; kunstwerk
"leven en werk van Shakespeare"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord