Betekenis van:
spel

spel (het ~ | meervoud spellen)
Zelfstandig naamwoord
  • benodigdheden voor een spel
"een spel kaarten"
"vrij spel hebben"

Hyperoniemen

spel (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • wijze van acteren
"dat is allemaal spel"

Hyperoniemen

Hyponiemen

spel (het ~ | meervoud spelen)
Zelfstandig naamwoord
  • bezigheid om je te vermaken
"in het spel"
"het spel om [de macht]"

Hyperoniemen

Hyponiemen

spel
Zelfstandig naamwoord
  • een bezigheid ter ontspanning volgens vaste regels met elementen als competitie, behendigheid, inzicht en kans
"Hij speelde een spel op zijn gloednieuwe spelcomputer."
spel (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • honkbal; teamsport met bal en knuppel
"in Amerika is honkbal een grote sport"
"op honkbal (zitten/zijn)"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

spel (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het bespelen v.e. muziekinstrument

Hyperoniemen

Hyponiemen

spel
Zelfstandig naamwoord
  • vrije of onberekenbare werking of beweging van een orgaan, van krachten of verschijnselen

Hyperoniemen

spel
Zelfstandig naamwoord
  • verhaal dat bestemd is om uitgebeeld te worden

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord