Betekenis van:
toneelstuk

toneelstuk (het ~ | meervoud toneelstukken)
Zelfstandig naamwoord
  • verhaal dat bestemd is om uitgebeeld te worden
"een toneelstuk schrijven"
"een toneelstuk opvoeren"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

toneelstuk
Zelfstandig naamwoord
  • een verhaal dat bestemd is om uitgebeeld te worden
"We bezochten het toneelstuk met de hele klas."