Betekenis van:
bemanningslid

bemanningslid
Zelfstandig naamwoord
  • een werknemer aan boord van een vlieg- of vaartuig
"Het bemanningslid deelde zakjes uit aan de mensen die moesten overgeven."
bemanningslid (het ~ | meervoud bemanningsleden)
Zelfstandig naamwoord
  • lid van bemanning

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Dienstdoend bemanningslid
  2. Dienstdoend bemanningslid
  3. De exploitant wijst een thuisbasis voor elk bemanningslid aan.
  4. een handlamp (zie ook 8.3.4) voor ieder bemanningslid;
  5. de aan het bemanningslid/de bemanningsleden toegewezen taken;
  6. de aan het bemanningslid/de bemanningsleden toegewezen taken;
  7. Paragraaf b) betekent niet dat een bemanningslid een voorval dient te melden dat reeds door een andere bemanningslid gemeld is.
  8. Paragraaf (b) betekent niet dat een bemanningslid een voorval dient te melden dat reeds door een ander bemanningslid gemeld is.
  9. De exploitant zorgt ervoor dat de totale bloktijden van de vluchten waarop een individueel bemanningslid is aangewezen als dienstdoend bemanningslid niet meer bedragen dan
  10. De periode die aanvangt wanneer een bemanningslid door de exploitant wordt opgeroepen voor een dienst en die eindigt zodra het bemanningslid vrij van alle diensten is.
  11. De exploitant zorgt ervoor dat de totale bloktijden van de vluchten waarop een individueel bemanningslid is aangewezen als dienstdoend bemanningslid niet meer bedragen dan:
  12. Vóór iedere vlucht moeten de taken en verantwoordelijkheden van ieder bemanningslid worden bepaald.
  13. Tot 12 maanden nadat het bemanningslid de dienst van de exploitant verlaten heeft
  14. bemanningslid” een persoon die is aangewezen als bijrijder of eventueel als assistent; 2.24.
  15. Elk bemanningslid is verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van zijn/haar taken die: