Betekenis van:
benoemen

benoemen
Werkwoord
  • een naam geven
"een instrument benoemden naar [zijn uitvinder]"
"kruiden benoemen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

benoemen
Werkwoord
  • ''~ tot'' iemand aanwijzen voor het vervullen van een bepaald ambt
"Hij werd tot gouverneur benoemd."
benoemen
Werkwoord
  • ''~ als'' vaststellen tot welke woordsoort een bepaald woord behoort
"Het woord "beter" in de zin "Een beter huis" wordt als een bijvoeglijk naamwoord benoemd."