Betekenis van:
beschaamd
beschaamd
Bijvoeglijk naamwoord
- vol met de neiging zich te verbergen voor anderen
"De beschaamde ouders wilden niet onderkennen dat hun jonge dochter zwanger was."
beschaamd
Bijvoeglijk naamwoord
- vervuld van schaamte, zich schamend over iets dat men zelf doet of van anderen ondervindt
"je moest beschaamd zijn!"
"iemand beschaamd maken"
Synoniemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Zijn moeder was beschaamd over hem.
- Zijt ge niet beschaamd, zo te spreken?
- Ik ben beschaamd om haar te zien.
- Ik was beschaamd om in oude kleren uit te gaan.
- Ze was niet beschaamd om me een vraag te stellen.
- Ik ben beschaamd over de luiheid van mijn zoon.