Betekenis van:
betoog

betoog
Zelfstandig naamwoord
  • een verhaal of stuk waarin men een bepaald gezichtspunt met argumenten tracht te onderbouwen
"Als ik dan dat áálgladde betoogje van de heer De Hoop Scheffer hoor, dan wordt het bij mij koud."
betoog (het ~ | meervoud betogen)
Zelfstandig naamwoord
  • redenering om iets te bewijzen
"een glashelder betoog"
"geen betoog behoeven"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Het juridisch betoog moet worden opgebouwd overeenkomstig de ter ondersteuning van de hogere voorziening aangevoerde middelen, met name de gestelde onjuiste rechtsopvattingen.
  2. Integendeel, in het betoog over de overcapaciteit hebben zij verwezen naar cijfers voor mout (als één product), zonder een onderscheid te maken tussen gewone mout en premiummout.
  3. Voor de volledigheid van dit betoog is het tevens van belang de argumenten van de eisers uiteen te zetten, die wel door het Hof zijn overgenomen:
  4. Ter staving van dit betoog heeft Frankrijk aanvullende informatie verstrekt over de situatie van Alstom vóór de interventie, over het herstructureringsplan en over de maatregelen die werden genomen door de onderneming, door haar schuldeisers en aandeelhouders, alsook door Frankrijk.
  5. Hun betoog voortzettend, stelden de Franse autoriteiten dat de werkelijke steunpercentages voor dergelijke werkzaamheden sterk van veehouder tot veehouder verschilden, afhankelijk van de precieze wijze van toepassing van het programma.
  6. Het behoeft geen betoog dat de druk op natuurlijke mariene hulpbronnen en de vraag naar mariene milieudiensten dikwijls te groot is en dat de Gemeenschap haar invloed op mariene wateren moet verkleinen, ongeacht de plaats waar de effecten zich voordoen.
  7. Het betoog van de Franse autoriteiten richt zich op een belangrijk punt, namelijk dat de specifieke regeling die door de staat voor FT is ingevoerd, geen voordeel heeft geleverd voor die onderneming.
  8. Het betoog zou niet volledig zijn zonder de beantwoording van de vraag of de opvolger zoals in het privaatrechtelijke successierecht de opvolging kan weigeren, met name wanneer de schuldenlast te hoog is.
  9. In werkelijkheid ligt een en ander natuurlijk veel gecompliceerder, bijvoorbeeld vanwege posten buiten de balanstelling, verschillende risicogewichten voor activa en posten met 0 %-risico. Dit laat echter de kern van het betoog onverlet.
  10. In zaak C-334/99 kwam het Hof tot de volgende bevinding: „[…] Wat verder het betoog van de Duitse regering betreft dat de privatisering van GS voldeed aan de in de richtsnoeren genoemde criteria van een „open, doorzichtige en onvoorwaardelijke procedure”, volstaat de vaststelling dat ongeacht de juridische waarde van die richtsnoeren en zelfs aangenomen dat dat betoog gegrond is, het niet kan afdoen aan de vaststelling dat het besluit om GS te privatiseren tegen een negatieve verkoopprijs, niet beantwoordde aan het criterium van de particuliere investeerder en dus steunelementen inhield.” [14].
  11. Nu de Franse autoriteiten hebben verzocht om toepassing van het Altmark-arrest op de onderhavige zaak, en zo nodig van de in artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag genoemde mogelijkheid tot afwijking, is de Commissie gehouden hierover een uitspraak te doen, aangezien deze argumenten een wezenlijk onderdeel vormen van het betoog van Frankrijk.
  12. Het betoog van de regering van Gibraltar dat er gewettigd vertrouwen is gewekt door de onzekerheid van de reikwijdte van de regels voor staatssteun en de zeldzaamheid of noviteit van het optreden van de Commissie tegen belastingmaatregelen, ongeacht of die een buitenlands karakter hebben of niet, moet worden verworpen.
  13. Deze motivering moet voortvloeien uit een concrete beoordeling van het nut van een pleitzitting voor de betrokken partij en aangeven welke elementen van het dossier of het betoog volgens deze partij op een pleitzitting nader moeten worden uitgewerkt of omstandiger moeten worden weerlegd.
  14. Het Gerecht verwierp deze argumenten tegen de eerste beoordeling van de Commissie betreffende de regeling inzake gekwalificeerde vennootschappen en stelde vast dat dit „algemene betoog niet kan aantonen dat de belastingregeling van 1983 wegens haar intrinsieke kenmerken als een bestaande steunregeling moet worden aangemerkt” [23].