Betekenis van:
bod

bod
Zelfstandig naamwoord
  • een door een koper voorgestelde prijs
"Zijn bod was veel te laag."
bod (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • geboden som
"aan bod [komen/zijn]"
"een bod doen (op iets)"

Hyperoniemen

bod
Zelfstandig naamwoord
  • de handeling van het bieden
"Ze deed een bod op de antieke tafel."
bod
Zelfstandig naamwoord
  • de handeling van bieden

Hyperoniemen