Betekenis van:
bod
bod
Zelfstandig naamwoord
- een door een koper voorgestelde prijs
"Zijn bod was veel te laag."
bod
Zelfstandig naamwoord
- de handeling van het bieden
"Ze deed een bod op de antieke tafel."
Voorbeeldzinnen
- Een bod is slechts geldig indien:
- Hij ontving meer dan één bod die allemaal duidelijk onder het bod van TCL lagen.
- Volgens Oostenrijk was het bod van GRAWE niet het hoogste, maar het „beste bod”.
- Daarin komen ten minste de volgende onderwerpen aan bod:
- Tijdens de workshop zal het volgende aan bod komen:
- De minimumhoeveelheid voor elk bod bedraagt 1500 t.
- De vervaldatum van het bod werd door Oracle vaak verlengd.
- In dit reglement komen de volgende onderwerpen aan bod:
- Een compleet opgezet lichaam wordt opgevoerd onder „BOD”.
- Tot slot dient nog te worden vastgesteld of het bod van […] het beste bod is uit het oogpunt van de publiekrechtelijke schuldeisers.
- Op 31 januari 2008 heeft […] een bod uitgebracht op de aandelen-PZL Wrocław. Dat bod is op 14 februari 2008 voor de eerste keer verhoogd.
- De seminars bestaan uit vier delen zodat de volgende presentaties en besprekingen aan bod kunnen komen:
- Het lid van de gemeenteraad twijfelde daarbij niet aan de geloofwaardigheid van het bod.
- Het bod tot overname is op 24 augustus 2001 door de twaalf plaatselijke toeleveranciers gedaan.
- Met deze beide bieders werd individueel verder onderhandeld over het bindende bod.