Betekenis van:
bolus

bolus
Zelfstandig naamwoord
  • een vooral in Zeeland veelgegeten lekkernij
"Geef mij maar eens een lekkere bolus!"
bolus (de ~ | meervoud bolussen)
Zelfstandig naamwoord
  • drol; broodje; drol; drol; vaste ontlasting; hoeveelheid menselijke of dierlijke uitwerpselen

Synoniemen

Hyperoniemen