Betekenis van:
bout

bout (de ~ | meervoud bouten)
Zelfstandig naamwoord
  • schroef
"je kan me de bout hachelen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bout
Zelfstandig naamwoord
  • drol; broodje; drol; drol; vaste ontlasting; hoeveelheid menselijke of dierlijke uitwerpselen
"een bout draaien"

Synoniemen

Hyperoniemen

bout
Zelfstandig naamwoord
  • eend; bepaalde watervogel met zwemvliezen

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bout (de ~ | meervoud bouten)
Zelfstandig naamwoord
  • stuk vlees

Hyperoniemen

bout
Zelfstandig naamwoord
  • verbindingsmiddel, meest uit metaal vervaardigd en voorzien van een schroefdraad
bout
Zelfstandig naamwoord
  • een stuk vlees, meestal een poot
bout
Zelfstandig naamwoord
  • een projectiel dat door een kruisboog wordt afgeschoten
bout
Zelfstandig naamwoord
  • ontlasting, uitwerpselen
bout
Zelfstandig naamwoord
  • een soldeerijzer
bout
Zelfstandig naamwoord
  • een strijkijzer
bout (de ~ | meervoud bouten)
Zelfstandig naamwoord
  • bout waarmee men na verhitting soldeert

Synoniemen

Hyperoniemen

bout
Zelfstandig naamwoord
  • metalen voorwerp met handvat, dat verhit wordt om wasgoed mee te strijken

Synoniemen

Hyperoniemen

bout
Zelfstandig naamwoord
  • vrouw met veel sex-appeal; meisje of vrouw met bijzonder veel sex-appeal

Synoniemen

Hyperoniemen