Betekenis van:
agent

agent (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • iem. zonder bepaalde titel of rang in diplomatieke of politieke dienst
"De ambassade wordt bijgestaan door de consulair agent uit Male."
"De twee agenten van de Amerikaanse ambassade"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agent
Zelfstandig naamwoord
  • een persoon die belast is met de handhaving van de openbare orde en veiligheid
"De agent deelde een bekeuring uit aan de wildplassers."
agent
Zelfstandig naamwoord
  • een vertegenwoordiger van een bedrijf
"Hij ging naar de agent die zijn bankzaken regelde."
agent (de ~ | meervoud agenten)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die aan winkels verkoopt; vertegenwoordiger v.d. bedrijf; vertegenwoordiger
"een agent van de verzekeringsmaatschappij"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agent (de ~ | meervoud agenten)
Zelfstandig naamwoord
  • ambtenaar van de politie
"oom agent"
"een geheim agent"

Synoniemen

Hyperoniemen

agent
Zelfstandig naamwoord
  • iem. die een onderneming of vereniging vertegenwoordigt

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agent
Zelfstandig naamwoord
  • iem. die voor artiesten, beroepssportlui enz. zakelijke belangen behartigt

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Naam van de agent:
  2. Ramp Agent II (grondafhandelaar)
  3. Een andere importeur (agent) werd gehoord.
  4. Naam en adres van een „calculation agent”.
  5. Vaste afzenders worden goedgekeurd door een erkend agent.
  6. Drielettercode (MAS: kapitein, REP: zijn vertegenwoordiger, AGE: agent)
  7. Vermelding van naam, adres en belangrijke bedrijfsactiviteiten van de beheerder, „calculation agent” of gelijkwaardige persoon, beknopte beschrijving van de verantwoordelijkheden van de beheerder/„calculation agent” en van zijn relatie met degene die de activa bezit of gecreëerd heeft, en samenvatting van de bepalingen betreffende het ontslag van de beheerder/„calculation agent” en de aanwijzing van een andere beheerder/„calculation agent”.
  8. Volledige naam en adres van de feitelijke (weder)uitvoerder, niet van een agent.
  9. naar behoren is gemachtigd door de exploitant of een aangewezen agent en bevoegd is om:
  10. naar behoren is gemachtigd door de exploitant of een aangewezen agent en bevoegd is om:
  11. de nodige goedkeuringen zijn niet verkregen van de Eggborough Credit Facility Agent, RBS, het TPL-bankenconsortium of Enron, of
  12. Tot 1997 trad zij op als de agent van een internationale handelsonderneming (die toen door Dimon Inc werd overgenomen).
  13. een directeur, een vennoot of daarmee gelijk te stellen persoon, een bestuurder of een verbonden agent van de onderneming;
  14. Het Fonds wordt onder de in de modelsubsidieovereenkomst vast te stellen voorwaarden beheerd door de Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Commissie die namens de deelnemers optreedt als uitvoerend agent.
  15. FI De algemeen agent van de buitenlandse verzekeringsmaatschappij moet een ingezetene zijn van Finland, tenzij de onderneming haar hoofdkantoor in de Europese Economische Ruimte heeft.