Betekenis van:
vrouw

vrouw (de ~ | meervoud vrouwen)
Zelfstandig naamwoord
  • mens van het vrouwelijk geslacht
"een gevallen vrouw"
"een publieke vrouw"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

vrouw
Zelfstandig naamwoord
  • speelkaart met een vrouwenfiguur
"Met een glimlach gooide hij de schoppen vrouw op tafel."
"De vrouw en de boer zijn in dit spel elk drie punten waard."

Hyperoniemen

vrouw
Zelfstandig naamwoord
  • een volwassen vrouwelijke mens
"Die vrouw is erg mooi."
vrouw
Zelfstandig naamwoord
  • de vrouwelijke partner in een huwelijk
"Op het feest werd ik aan zijn vrouw voorgesteld."