Betekenis van:
schroef

schroef (de ~ | meervoud schroeven)
Zelfstandig naamwoord
  • instrument ter aandrijving v.e. voertuig
"een draaiende schroef"

Hyperoniemen

schroef (de ~ | meervoud schroeven)
Zelfstandig naamwoord
  • om de as draaiende beweging
"een schroef maken"

Hyperoniemen

Hyponiemen

schroef (de ~ | meervoud schroeven)
Zelfstandig naamwoord
  • staaf, voorzien van een volgens een spiraallijn aangebrachte groef, die in een overeenkomstige gleuf van een hol lichaam past en die bestemd is om iets te bevestigen
"ergens een schroef indraaien"
"op losse schroeven staan"

Hyperoniemen

Hyponiemen

schroef
Zelfstandig naamwoord
  • een voorwerp dat wordt gebruikt om andere voorwerpen vast te zetten
"Hoe krijg ik een schroef los die niet goed los wil?"
schroef
Zelfstandig naamwoord
  • een werktuig met twee of meer gebogen bladen die door draaiing een schip of vliegtuig voortbewegen
"De duif was op weg voor een leervlucht in de schroef van een vliegtuig terechtgekomen."
schroef
Zelfstandig naamwoord
  • een sprong met een draai om de lengteas

Werkwoord