Betekenis van:
schroef

schroef (de ~ | meervoud schroeven)
Zelfstandig naamwoord
  • instrument ter aandrijving v.e. voertuig
"een draaiende schroef"

Hyperoniemen

schroef (de ~ | meervoud schroeven)
Zelfstandig naamwoord
  • om de as draaiende beweging
"een schroef maken"

Hyperoniemen

Hyponiemen

schroef (de ~ | meervoud schroeven)
Zelfstandig naamwoord
  • staaf, voorzien van een volgens een spiraallijn aangebrachte groef, die in een overeenkomstige gleuf van een hol lichaam past en die bestemd is om iets te bevestigen
"ergens een schroef indraaien"
"op losse schroeven staan"

Hyperoniemen

Hyponiemen

schroef
Zelfstandig naamwoord
  • een voorwerp dat wordt gebruikt om andere voorwerpen vast te zetten
"Hoe krijg ik een schroef los die niet goed los wil?"
schroef
Zelfstandig naamwoord
  • een werktuig met twee of meer gebogen bladen die door draaiing een schip of vliegtuig voortbewegen
"De duif was op weg voor een leervlucht in de schroef van een vliegtuig terechtgekomen."
schroef
Zelfstandig naamwoord
  • een sprong met een draai om de lengteas

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. schroef gestopt
  2. systemen waarin draaikolktechnieken («pre swirl» of «post swirl») worden toegepast voor het effenen van de waterstroom naar de schroef;
  3. .5 Er moeten voorzieningen aanwezig zijn die het mogelijk maken de voortstuwingswerktuigen en de schroef in noodgevallen buiten werking te stellen vanuit relevante plaatsen buiten de machinekamer/machinecontrolekamer, bijvoorbeeld het open dek of de stuurcabine.
  4. .2 Aangetoond en geregistreerd moet worden dat de voortstuwingsinstallatie in staat is de stuwrichting van de schroef in voldoende korte tijd om te keren en daardoor binnen redelijke afstand het schip tot stilleggen te brengen vanuit de maximumdienstsnelheid vooruit.
  5. .2 De bediening moet kunnen plaatsvinden door middel van één bedieningsmechanisme voor elke onafhankelijke schroef, waarbij alle met de bediening verbonden functies geprogrammeerd moeten zijn, inclusief waar nodig, middelen om overbelasting van het voortstuwingswerktuig te voorkomen.
  6. .1 De afstandsbediening moet kunnen plaatsvinden door middel van één bedieningsmechanisme voor elke onafhankelijke schroef, waarbij alle met de bediening verbonden functies geprogrammeerd moeten zijn, inclusief waar nodig, middelen om overbelasting van het voortstuwingswerktuig te voorkomen.
  7. .2 afstandsbediening moet, voor elke schroef apart, plaatsvinden door een bedieningssysteem dat zodanig is ontworpen en uitgevoerd dat de werking ervan geen speciale aandacht vereist ten aanzien van de werking van de voortstuwingsinstallatie.
  8. .2 Reddingsboten moeten zijn verbonden met de bijbehorende tewaterlatingsmiddelen en op passagiersschepen van 80 m lengte en meer moet iedere reddingsboot zo geplaatst zijn dat de afstand van de achterkant van de reddingsboot tot de schroef ten minste anderhalf maal de lengte van de reddingsboot bedraagt.
  9. "Numeriek bestuurde" en handgestuurde werktuigmachines en speciaal ontworpen onderdelen, regelapparatuur en toebehoren daarvoor, speciaal ontworpen voor het snijden, afwerken, slijpen of wetten van geharde (Rc = 40 of meer) rechte, schroef- en dubbelgeschroefde tandwielen met een steekdiameter groter dan 1250 mm en een kopbreedte gelijk aan of groter dan 15 % van de steekdiameter, afgewerkt tot een kwaliteit gelijk aan of beter dan AGMA 14 (gelijkwaardig aan ISO-norm 1328, klasse 3).