Betekenis van:
poot

poot (de ~ | meervoud poten)
Zelfstandig naamwoord
  • steun aan een stoel of tafel; lijkt op ledemaat
"iets op poten zetten"
"de poten onder iemands stoel vandaan zagen"

Synoniemen

Hyperoniemen

poot (de ~ | meervoud poten)
Zelfstandig naamwoord
  • elk van de ledematen van een dier
"opzitten en pootjes geven"
"op zijn pootjes terecht komen"

Synoniemen

Hyperoniemen

poot
Zelfstandig naamwoord
  • wijze van schrijven; handschrift; handschrift
"Zijn poot is niet te lezen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

poot (de ~ | meervoud poten)
Zelfstandig naamwoord
  • elk van de beide onderste ledematen van de mens
"je poot stijf houden"
"iemand een pootje lichten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

poot
Zelfstandig naamwoord
  • het schudden van iemands hand; handdruk; handdruk
"Hij geeft een stevige poot"

Synoniemen

Hyperoniemen

poot (de ~ | meervoud poten)
Zelfstandig naamwoord
  • elk van beide lichaamsdelen aan de uiteinden van de armen, geschikt om te grijpen en vast te houden
"je poot stijf houden"
"met/op hangende pootjes terugkomen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

poot
Zelfstandig naamwoord
  • eigenhandige ondertekening
"Ik zet mijn poot niet onder dat contract"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

poot
Zelfstandig naamwoord
  • ledemaat van een dier
poot
Zelfstandig naamwoord
  • been van een meubelstuk
poot
Zelfstandig naamwoord
  • hand of voet van een mens
poot
Zelfstandig naamwoord
  • homoseksuele man
poot
Zelfstandig naamwoord
  • /: stekje
poot (de ~ | meervoud poten)
Zelfstandig naamwoord
  • nieuw uitgelopen twijg

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord