Betekenis van:
hand

hand (de ~ | meervoud handen)
Zelfstandig naamwoord
  • elk van beide lichaamsdelen aan de uiteinden van de armen, geschikt om te grijpen en vast te houden
"de handen vrij hebben"
"dat is allemaal in één hand"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

hand
Zelfstandig naamwoord
  • uiterste deel van de arm, voorbij de pols
"Zij heeft in haar hand een groot boek."
hand
Zelfstandig naamwoord
  • uiterste deel van de arm, voorbij de pols
"Zij heeft in haar hand een groot boek."
hand (de ~ | meervoud handen)
Zelfstandig naamwoord
  • wijze van schrijven; handschrift; handschrift
"een nette/mooie hand (van schrijven)"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

hand
Zelfstandig naamwoord
  • het schudden van iemands hand; handdruk; handdruk
"Hij geeft een stevige hand"
"een slappe hand geven"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord