Betekenis van:
linkerhand

linkerhand (de ~ | meervoud linkerhanden)
Zelfstandig naamwoord
  • hand die aan de linkerarm zit
"laat uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet"
"met [de/zijn] linkerhand"

Hyperoniemen

linkerhand
Zelfstandig naamwoord
  • de hand aan die zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
"Hij schrijft met zijn linkerhand."
linkerhand
Zelfstandig naamwoord
  • metafoor voor onhandigheid
"Oh, die heeft twee linkerhanden."