Betekenis van:
boodschappen

boodschappen
Werkwoord
  • door middel van een boodschap overbrengen
"Helaas, zij vermoedde niet, deze vrouw, dat het biljet hetwelk de overwinning boodschapte, in later tijd een doodvonnis zou blijken te zijn!"
boodschap (de ~ | meervoud boodschappen)
Zelfstandig naamwoord
  • overgebrachte mededeling
"een boodschap dat .."
"de boodschap [iets] te [doen]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Ik doe iedere morgen boodschappen.
  2. Hij ging boodschappen doen in een warenhuis.
  3. Het is niet mogelijk vanmiddag de boodschappen te doen omdat de winkels gesloten zijn.
  4. Belangrijkste boodschappen
  5. Draagbare ontvangers voor oproepen en boodschappen
  6. Model voor de mededeling van VMS-boodschappen
  7. informatie- en promotiecampagnes om de belangrijkste boodschappen te verspreiden;
  8. gezinsleden die de boodschappen voor hun rekening nemen,
  9. Elektronische boodschappen die overeenkomstig deze richtlijn en de desbetreffende gemeenschapswetgeving worden uitgewisseld, worden via SafeSeaNet verstuurd.
  10. uitwisseling van mondelinge boodschappen betreffende het voorval, met inbegrip van documentatie afkomstig van opnamen;
  11. De Commissie zendt deze boodschappen elektronisch door aan het ICCAT-secretariaat.
  12. Gezinnen, en vooral de gezinsleden die de boodschappen voor hun rekening nemen,
  13. Voorbeelden van via het „Trackwell protocol” verstuurde boodschappen op het testsysteem (httpsgwt)
  14. In tegenstelling tot een film, hebben videospelletjes niet tot doel ideeën of culturele boodschappen te verspreiden.
  15. door meer dan één lidstaat ingediende programma's met gecoördineerde strategieën, acties en boodschappen;