Betekenis van:
boot

boot (de ~ | meervoud boten)
Zelfstandig naamwoord
  • schip
"de boot nemen"
"de boot naar [Australië]"

Hyperoniemen

Hyponiemen

boot
Zelfstandig naamwoord
  • een klein vaartuig
"Ik vaar in het weekend met mijn boot."

Werkwoord