Betekenis van:
bovendek

bovendek (het ~ | meervoud bovendekken)
Zelfstandig naamwoord
  • bovenste dek van schepen met meer dan één dek
"op het bovendek"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Bovendek (Na) (1): …
  2. Bovendek (Na): (1)
  3. Bovendek (Na) (2):
  4. Aantal passagierszitplaatsen: … (benedendek) … (bovendek) (inclusief bestuurderszitplaats)
  5. Totaal aantal passagiers op het bovendek (Aa)
  6. „halve trap” een trap vanaf het bovendek die uitkomt bij een nooddeur; 2.40.
  7. lasten gelijk aan Q (overeenkomstig punt 7.4.3.3.1 van bijlage 11) op elke passagierszitplaats op het bovendek.
  8. 700 mm bij een nooddeur;1500 mm bij een nooddeur op het bovendek van een dubbeldeksbus.
  9. Bovendek (Soa): [5] Doorhalen wat niet van toepassing is (soms hoeft niets te worden doorgehaald als meerdere antwoorden mogelijk zijn).
  10. Bovendek [5] Doorhalen wat niet van toepassing is (soms hoeft niets te worden doorgehaald als meerdere antwoorden mogelijk zijn). :
  11. Bovendek (Aa): [5] Doorhalen wat niet van toepassing is (soms hoeft niets te worden doorgehaald als meerdere antwoorden mogelijk zijn).
  12. De voorruit voor de passagiers die op het bovendek de voorste zitplaatsen bezetten, is beveiligd met zachte bekleding.
  13. Op elk bovendek is ten minste één nooduitgang hetzij in de achterzijde van het voertuig, hetzij in de voorzijde van het voertuig geplaatst.
  14. Bovendek [6] Doorhalen wat niet van toepassing is (er zijn gevallen waarin meer dan een punt van toepassing is en niets hoeft te worden weggelaten).
  15. Bovendek (Aa) [6] Doorhalen wat niet van toepassing is (er zijn gevallen waarin meer dan een punt van toepassing is en niets hoeft te worden weggelaten).