Betekenis van:
brandschade

brandschade (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • schade door brand
"verzekerd zijn tegen brandschade"
"brandschade oplopen"

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Als het niet mogelijk is om dit te vermijden, moeten de kabels beschermd worden tegen hitte en brandschade.