Betekenis van:
schade

schade (de ~ | meervoud schades, schaden)
Zelfstandig naamwoord
  • nadeel
"schade aanrichten/veroorzaken"
"de schade (op iemand) verhalen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

schade (de ~ | meervoud schades, schaden)
Zelfstandig naamwoord
  • aantasting
"geringe schade"
"schade lijden/ondervinden"

Hyperoniemen

Hyponiemen

schade
Zelfstandig naamwoord
  • geheel van beschadigingen
"De schade aan het huis na de wervelwind was aanzienlijk."