Betekenis van:
broei
broei (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- het broeien
"in de broei zitten"
"er zit broei in de lucht"
Hyperoniemen
Hyponiemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- door spontane broei en door te hevige droging beschadigde korrels
- Wanneer vochtige granen moeten worden opgeslagen voordat zij zijn gedroogd, bestaat er binnen enkele dagen kans op schimmelgroei, die gepaard kan gaan met broei.
- Propionzuur en zouten daarvan belemmeren schimmelvorming en worden soms gebruikt voor het conserveren van vochtig graan op de boerderij na de oogst om broei en schimmelvorming vóór de behandeling te voorkomen.
- Door spontane broei of te hevige droging beschadigde korrels behoren eveneens tot deze categorie; hierbij gaat het om volledig ontwikkelde korrels waarvan de vruchtwand een grijsbruine tot zwarte kleur vertoont, terwijl de doorsnede van het meellichaam een geelgrijze tot bruinzwarte verkleuring te zien geeft.
- Door spontane broei of te hevige droging beschadigde korrels behoren eveneens tot deze categorie; dit zijn volledig ontwikkelde korrels waarvan de vruchtwand een grijsbruine tot zwarte kleur vertoont, terwijl bij doorsnijden het meellichaam een geelgrijze tot bruinzwarte verkleuring te zien geeft.