Betekenis van:
chirurgie
chirurgie (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- deel van de geneeskunde dat d.m.v. operatie genezing probeert te bewerkstelligen
"plastische chirurgie"
Synoniemen
Hyperoniemen
chirurgie
Zelfstandig naamwoord
- de wetenschap van en de vaardigheid in het opereren
Voorbeeldzinnen
- chirurgie,
- Plastische chirurgie
- Cosmetische chirurgie.
- Cardio-thoracale chirurgie
- Maxillo-faciale chirurgie (basisopleiding voor arts)
- Chirurgie orthopédique et traumatologie de l’appareil locomoteur
- Bladzijde 91, kolom „Plastische chirurgie”, voor „Ireland”:
- chirurgieassistent („assistant(e) technique médical(e) en chirurgie”);
- chirurgie: 3 chirurgen, 2 operatieassistenten, 1 anesthesist, 1 anesthesieassistent,
- Bladzijde 93, kolom „Cardio-thoracale chirurgie”, voor „Italia”:
- Mond-, tand- en maxillo-faciale chirurgie (basisopleiding voor arts en voor beoefenaar der tandheelkunde)
- Chirurgie onder algehele verdoving en passende pijnstilling, na de ingreep gepaard met pijn, lijden of hinder van de algemene toestand.
- zuigtoestellen van de soort gebruikt in de geneeskunde, de chirurgie, de tandheelkunde of de veeartsenijkunde (hoofdstuk 90);
- CPA 26.60.13: Apparaten en toestellen werkend met ultraviolette of met infrarode stralen, voor de geneeskunde, voor de chirurgie, voor de tandheelkunde of voor de veeartsenijkunde
- steriele barrièremiddelen tegen het verkleven, voor de chirurgie of voor de tandheelkunde, ook indien zij door het lichaam kunnen worden geabsorbeerd;