Betekenis van:
confronteren

confronteren
Werkwoord
  • plaatsen tegenover
"geconfronteerd worden met [een boze echtgenoot]"
"zich geconfronteerd zien met iets/iemand"

Hyperoniemen

Hyponiemen

confronteren
Werkwoord
  • iemand laten zien wat diegene heeft gedaan
"Ik confronteerde hem op zijn fouten die hij heeft begaan."