Betekenis van:
consensus
consensus (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- overeenstemming; eensgezindheid
"consensus over een heikele kwestie"
"gebrek aan consensus"
Synoniemen
Hyperoniemen
consensus
Zelfstandig naamwoord
- overeenstemming binnen een gemeenschap, een groepering
consensus
Zelfstandig naamwoord
- de methode om binnen een groepering een gezamelijke overeenstemming te bereiken
Voorbeeldzinnen
- De CCG beoogt haar resoluties bij consensus vast te stellen.
- De besluiten van het comité worden bij consensus genomen.
- Het comité neemt besluiten bij consensus van zijn leden.
- Iedere regionale adviesraad wijst bij consensus een voorzitter aan.
- Indien gedurende twee achtereenvolgende vergaderingen geen consensus kan worden bereikt, worden de meningsverschillen zorgvuldig gedocumenteerd.
- De besluiten van het gemengd comité komen bij consensus tot stand.
- Er werd echter geen consensus bereikt over de waarde van de gronden.
- Voor zover mogelijk neemt de groep zijn adviezen of verslagen aan bij consensus.
- De Algemene Vergadering streeft ernaar haar besluiten bij consensus te nemen.
- Het ad-hocpanel streeft ernaar bij haar conclusies een consensus te bereiken.
- In de regel worden de besluiten in de commissie bij consensus genomen.
- de vaststelling op grond van consensus van een algemeen aanvaarde kieswet;
- de besluitvormende instanties en nationale wetgevingsorganen, teneinde een politieke consensus over deze kwestie te bevorderen;
- De Conferentie van voorzitters tracht consensus te bereiken in zaken die aan haar zijn voorgelegd.
- Op die manier kan elk punt van onenigheid snel worden opgespoord en kan een consensus gemakkelijker worden bereikt.