Betekenis van:
contactdoos

contactdoos (de ~ | meervoud contactdozen)
Zelfstandig naamwoord
  • contactdoos op het elektrische net; stopcontact
"zit de stekker wel in de contactdoos?"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. wisselstroom-contactdoos (voor aansluiting van een stroomsnoer) van 230 V,
  2. kabelconnector voor het aansluiten van een wisselstroom-contactdoos op de PDP-voedingseenheid,
  3. Een contactdoos aan boord van het vaartuig om de verbindingskabel op aan te sluiten.
  4. al dan niet uitgerust met een metalen steun waarmee de wisselstroom-contactdoos wordt vastgezet op het PDP-televisietoestel
  5. De stroom moet in alle rijtuigen van het treinstel tegelijkertijd voorhanden zijn De afstand tussen de contactdozen in de trein moet zodanig worden gekozen dat de te reinigen delen van het rijtuig niet meer dan 12 meter van een contactdoos verwijderd zijn.
  6. De trekker moet in het bijzonder zijn voorzien van de vaste contactdoos aanbevolen in ISO-normen R 1724 (elektrische verbindingen voor voertuigen met elektrische uitrusting van 6 of 12 V; deze hebben meer in het bijzonder betrekking op particuliere auto’s en lichte aanhangwagens of caravans) (1e uitgave — april 1970) of ISO R 1185 (elektrische verbindingen tussen trekkende en getrokken voertuigen met elektrische uitrusting van 24 V voor internationaal handelsvervoer) (1e uitgave — maart 1970).