Betekenis van:
directeur

directeur
Zelfstandig naamwoord
  • een parmantig persoon
"Mijn neefje was al een echte directeur."
directeur
Zelfstandig naamwoord
  • de hoogste persoon bij een bedrijf
"We moesten eerst goedkeuring aan de directeur vragen."
directeur (de ~ | meervoud directeuren, directeurs)
Zelfstandig naamwoord
  • hoofd van een school, inrichting, onderneming enz.

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen