Betekenis van:
dirk

dirk
Zelfstandig naamwoord
  • hoofd van een school, inrichting, onderneming enz.

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. de heer Dirk VAN MECHELEN, Vlaams volksvertegenwoordiger (wijziging mandaat),
  2. De heer Dirk VAN MECHELEN, Vlaams minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening, wordt benoemd tot lid van het Comité van de Regio's voor de verdere duur van de ambtstermijn van mevrouw MOERMAN, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2010.