Betekenis van:
docent

docent (de ~ | meervoud docenten)
Zelfstandig naamwoord
  • leraar in voortgezet of hoger onderwijs
"docent aan [het conservatorium]"

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. De docent hield me in de gaten omdat ze dacht dat ik spiekte.
  2. Na twee herinneringsbrieven van de Commissie van 9 september en 6 oktober 2009 heeft Frankrijk middels een notitie die op 27 oktober 2009 is verstuurd, zijn opmerkingen doen toekomen over het verslag van de deskundige van de Commissie met het oordeel van de heer Guy Carcassour, universiteitsprofessor en bevoegd universitair docent aan de faculteit rechtsgeleerdheid (hierna „de deskundige van de Franse autoriteiten” genoemd).
  3. „Economische activiteit” wordt gedefinieerd als een zelfstandig, duurzaam uitgeoefende activiteit, ter verkrijging van opbrengsten (dus niet uit liefhebberij), waarbij het om een activiteit uit het algemene economische verkeer gaat (die verder reikt dan dienstverlening aan familieleden en vrienden) en die niet kan worden aangemerkt als een activiteit in de land- en bosbouw of als uitoefening van een vrij beroep (zoals advocaat, arts, kunstenaar of docent).