Betekenis van:
doorspoelen

doorspoelen
Werkwoord
  • reinigend spoelen
"de wc doorspoelen"

Hyperoniemen

doorspoelen
Werkwoord
  • magneetband doordraaien
"een cassettebandje doorspoelen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

doorspoelen
Werkwoord
  • een vloeistof door iets heen laten stromen, gewoonlijk ter zuivering
"Ik zal wel even flink doorspoelen."
doorspoelen
Werkwoord
  • doorgaan met spoelen
"Spoel nog maar een tijdje door!"
doorspoelen
Werkwoord
  • een band versneld van de ene spoel op de andere rollen
"Ik heb dat stuk van de opname doorgespoeld, want daar is niet naar te luisteren."