Betekenis van:
eed
eed
Zelfstandig naamwoord
- een plechtige verzekering dat men de waarheid spreekt of een belofte zal nakomen
"Hij legde een eed af."
Voorbeeldzinnen
- De benoemde kandidaat wordt onmiddellijk verzocht voor het Hof van Justitie de eed of de belofte af te leggen.
- De eed, bedoeld in artikel 2 van het statuut, wordt afgelegd voor het Hof van Justitie en de beslissingen bedoeld in de artikelen 3, 4 en 6 worden genomen door het Hof van Justitie, het Gerecht voor ambtenarenzaken gehoord.
- De rechters van het Gerecht voor ambtenarenzaken, die zijn benoemd bij Besluit 2005/577/EG, Euratom van de Raad van 22 juli 2005 houdende benoeming van de rechters van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie, hebben de eed afgelegd voor het Hof van Justitie.