Betekenis van:
ekster

ekster (de ~ | meervoud eksters)
Zelfstandig naamwoord
  • dier
"praten als een ekster"
"een brutale ekster"

Hyperoniemen

ekster
Zelfstandig naamwoord
  • een zwartwitte kraaiachtige zangvogel met een lange staart
"Er zit een ekster in de boom."

Voorbeeldzinnen

  1. Ekster
  2. Ekster