Betekenis van:
vogel

vogel (de ~ | meervoud vogels)
Zelfstandig naamwoord
  • gewerveld dier met vleugels, twee poten, een snavel en een met veren bedekt lichaam, dat zich voortplant door eieren
"beter één vogel in de hand dan tien in de lucht"
"de vogel zingt/fluit"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

vogel
Zelfstandig naamwoord
  • een gewerveld dier (''Aves'') met twee vleugels, twee poten, een snavel en een met veren bedekt lichaam dat zich voortplant door het leggen van eieren
"Er zaten twee vogels op het dak van de schuur."
vogel
Zelfstandig naamwoord
  • een gewerveld dier (''Aves'') met twee vleugels, twee poten, een snavel en een met veren bedekt lichaam dat zich voortplant door het leggen van eieren
"Er zaten twee vogels op het dak van de schuur."

Werkwoord