Betekenis van:
ellepijp

ellepijp (de ~ | meervoud ellepijpen)
Zelfstandig naamwoord
  • één v.d. beenderen in de onderarm

Hyperoniemen

ellepijp
Zelfstandig naamwoord
  • een van de twee beenderen in de onderarm

Voorbeeldzinnen

  1. „hele vleugels, ook indien zonder spits” bedoeld bij de onderverdelingen 02071330, 02071430, 02072630, 02072730, 02073531 en 02073631: delen van pluimvee, bestaande uit het opperarmbeen, de ellepijp en het spaakbeen met de daaraan gehechte spiermassa.